2 september 2025

Van vmbo naar voorbeeld: hoe Fernando jongeren helpt

“Jij alleen kunt het… maar je hoeft het niet alleen te doen.” Die zin zegt eigenlijk alles.
Fernando Dall (32, geboren en getogen in Apeldoorn) koos zijn eigen weg, maakte omwegen, vond steeds weer zijn balans – en helpt nu anderen om hetzelfde te doen. 

Niet met dikke verhalen of opgeheven vingertje, maar met straatvoetbal, sport, een huiskamergevoel én een boksbal. En dat allemaal met roots die teruggaan naar het vmbo. 

Het begon op het vmbo – of nou ja,  UGO dus
“Ik zat op het Edison College, dat nu UGO heet (UGO.nl),” vertelt Fernando. “De eerste jaren? Moeilijk. Ik was druk, snel afgeleid en vooral heel zoekend. Wat wil ik? Wie ben ik? Vragen die ik toen nog niet kon beantwoorden.”

En dan was er ook nog een pijnlijke ervaring met discriminatie in de klas. “Dat was heftig. Ik koos ervoor om afstand te nemen van iemand die ik eigenlijk als vriend zag. Dat leerde me iets belangrijks: blijf altijd in gesprek, ook als het schuurt. Dat is iets wat ik jongeren nu ook probeer mee te geven.”

Toch kijkt hij met een warm gevoel terug. “Mijn mentor, mevrouw Wilms, heeft me er echt doorheen getrokken. En de gymlessen waren m’n uitlaatklep. Daar kon ik mijn energie kwijt.”

Van deelnemer naar rolmodel
Wat begon als een potje voetbal op een plein, werd voor Fernando de ingang naar jongerenwerk. “Ik was zestien toen ik voor het eerst in aanraking kwam met het maatschappelijk project OSSO – dat staat voor Op Straat Sportief Ontmoeten. Het was gewoon: een bal, een hesje, en gáán. Maar daarachter zat iets groters: het jongerenwerk kwam in beeld, er werden dingen besproken. Zonder dat het zwaar werd.”

En kijk ‘m nu. Fernando is ambulant gezinsbegeleider en bewegingsagoog bij Survival Instinct, waar jongeren en ouderen via de WMO of het CJG terechtkomen. “We zetten sport in als middel. Kickboksen, krachttraining, wandelen, gamen, gesprekken voeren – net wat bij ze past. Het draait niet om presteren, maar om handvatten mee te geven richting zelfstandigheid of andere doelen.”

De locatie aan de Vlijtseweg is allesbehalve een saaie kantoortent. “We hebben een huiskamer waar je kan ontspannen, een gym met gewichten en cardio, én een dojo met bokszakken. Er is ruimte voor rust, actie én goede gesprekken. Het is laagdrempelig, maar met duidelijke grenzen. Deelnemers voelen zich er veilig.”

OSSO: meer dan straatvoetbal
Naast zijn werk blijft OSSO zijn passie. “Het project is ooit opgezet door jongerenwerkers, en ik was een van de eerste deelnemers. Nu probeer ik het, ondanks weggevallen subsidies, nieuw leven in te blazen. OSSO draait om voetbal, maar ook om verbinding. We hebben eredivisieniveau gehaald in het zaalvoetbal. Jongeren voelen: hier hoor ik bij.”

En dat heeft effect. “Ik herken jongeren op straat. Of beter gezegd: zij herkennen mij. ‘Hé, weet je nog die promotiewedstrijd naar de eredivisie?’ Dan weet je: dit heeft iets losgemaakt. Soms kan één wedstrijd het verschil maken.”

Kleding met een missie
Alsof hij nog tijd over heeft, werkt Fernando ook aan een eigen kledinglijn: streetwear en sportkleding met een verhaal. “Het idee is simpel: wat ik verdien, steek ik terug in de jeugd. Denk aan zaalvoetbaltoernooien, nieuwe materialen, OSSO-events. Jongeren sporten dan in kleding van ons eigen label. Dat geeft een gevoel van trots en community.”

Niet de buddy, wel de bouwer
Over zijn rol is Fernando duidelijk. “Ik ben geen sportmaatje in de zin van ‘kom, we gaan samen sporten en daarna ga ik weer weg’. Wij maken een zorgplan. Wat zijn je doelen? Wat heb je nodig? En daar bouwen we samen aan. Soms met een bal. Soms met een bokszak. Altijd met aandacht.”

Even serieus: het is ook wel eens pittig
Natuurlijk zijn er ook uitdagingen. “Ik leef én werk in Apeldoorn. Jongeren kennen me, ik heb een voorbeeldrol. Dat betekent: niet overal mee kunnen doen. En administratie? Laat ik eerlijk zijn: liever werk ik met mensen dan met papier.” Toch houdt hij het vol. “Mijn energie haal ik uit thuis – mijn gezin, familie, vrienden en uit de jongeren zelf. Als ik zie dat ze groeien, weet ik waar ik het voor doe.”

En straks? Wat is de droom?
Fernando’s droom is helder: OSSO opnieuw op de kaart, een jeugdzaalvoetbalcompetitie herstarten en via zijn kledinglijn jongeren in beweging krijgen. “Ik hoef er geen boterham van te eten. Ik wil alleen iets teruggeven. Want ik weet hoe veel het kan betekenen om ergens bij te horen.”

En wat hij jongeren het liefst meegeeft?
“Jij alleen kunt het. Maar je kunt het niet alleen.”